Shiwa soap 29

Shiwa en ik hebben vakantie. Ik ben daar blijer mee dan zij, want Shiwa vindt het eigenlijk wel lekker als ik hele ochtenden en middagen in mijn werkkamer zit: dat is tenminste duidelijk. Ik zit op mijn stoel naar een rechthoekig ding op het bureau te kijken, blaf in de telefoon, ik rommel en sleep met papieren en rammel op een ding op het bureau. En tussen het werken door gaan we wandelen. In de vakantie is het voor haar maar afwachten wat ik op het programma heb staan.

Op het programma staat een boswandeling. Dat klinkt als iets wat je zomaar kunt bedenken als je een hond en vakantie hebt, maar in een bos lopen honden vaak los en rennen ze vrolijk of minder vrolijk op andere honden af. Zolang Shiwa in alle staten is als een onbekende hond op haar afstuift en niet iedere hondeneigenaar zijn hond bij zich roept zodra wij overduidelijk uitwijken, kunnen wij alleen naar het bos op momenten dat zo weinig mogelijk andere mensen dat bedenken. Zoals nu: het begin van de week, de schoolvakanties zijn tijdens het schrijven van deze soap nog niet begonnen en bovendien zit er regen in de lucht. Perfect Shiwaboswandelweer.

We gaan naar het bos bij Lauwersoog. Aan Shiwa kan ik duidelijk merken dat ze een tijd in een huis in een bos heeft gewoond: ze doet alsof ze thuiskomt, al is dit een ander bos. Elk plantje, struikje, grasje, boompje wordt van onder tot boven besnuffeld en begroet, elk paadje wil ze inslaan, en hoe kleiner het paadje, hoe beter. Ze scharrelt het liefst tussen de dichtste struiken. Ik moet er zelf ook aan geloven: Shiwa legt ingewikkelde knopen in de lijn, om en dwars door bosjes heen, dus loop ik braaf om en dwars door bosjes heen. Het is haar feestje vandaag. Haar staart is een grote kwispelkrul en mensen die denken dat honden niet kunnen lachen van geluk, hebben Shiwa nog nooit gezien.

Als we weer in de auto zitten, realiseer ik me dat we geen hond tegengekomen zijn en dat er geen drup regen is gevallen. Deze dag kan niet meer stuk. Ik woel door Shiwa's blonde vacht en pluk er gedachteloos een zwart spinnetje uit. En nog eentje. Hé, verrek, weer eentje! Wat een rare spinnetjes, bolletjes met alle poten dicht bij elkaar. Stik, het zijn teken. Alles begint te kriebelen en te jeuken, ze zitten echt overal. Ik smijt ze uit het raam en neem Shiwa zo goed mogelijk onder handen. Thuis haal ik er nog veel meer uit: bij twintig raak ik de tel kwijt. Shiwa was de tel allang kwijtgeraakt en vindt er niets meer aan, want de teken zitten inmiddels muurvast en ik draai ze er genadeloos uit: dood moeten ze, allemaal, nu! Nog nooit ben ik zo blij geweest dat ik geen grote zwarte langharige hond heb maar een klein blond hondje, na deze wandeling in het bos dat naar ik later hoor een bijnaam heeft: het tekenbos… Teken of geen teken, we laten ons er niet onder krijgen. Morgen gaan we weer, dan nemen we hondenvriendin Tynke mee en ik zal Shiwa ervan overtuigen dat de brede paden minstens zo leuk zijn als die dichte bosjes.